In den Beginne was er Het Licht en Het Luchtledige, Geankerd in de weidsheid van Het Al. Gekozen door God werd het Mannelijke en het Vrouwelijke gevestigd in Zijn Wereld van Sterren en Planeten. In Zijn Wijsheid verzamelde God talloze Lichten in de Duisternis waarop hij de Werelden van Vandaag bouwde. Het Universum was geboren.

Het Spectrum van Licht waarop ons Universum gebouwd werd is een weerspiegeling van de Goddelijke Kracht. Hij begon Zijn Inspanningen op Aarde als gevolg van Zijn eerdere Werk. In de biosferen vormde zich een gaswolk en uit die gaswolk vormden zich Sterren en Planeten. Oorspronkelijk vestigden zich hier de Sterrenvolkeren op de manen rond hun Zon. Het zijn Zij die De Mensheid Gesticht hebben.

De eerste bewoners van de Zonnen en hun planeten waren de Atlantiërs, die het tijdperk van het Menselijk Ras ingeluid hebben. Zij vestigden hun Wetten en Regels die tot op de dag van vandaag geldig zijn. Hun Invloed op ons dagelijks bestaan vindt men in de gedachten die wij ten opzichte van elkaar hebben. Ons Geweten is gevormd naar deze Wetten en onze handelingen daaruit voortvloeiend zijn een gevolg van de Regels die deze Wetten gevestigd hebben.

Het Menselijk Ras is bijzonder in Haar Aard. Zij heeft het Vermogen gekregen tot Goddelijke Inmenging in de Zaken van Haar Scheppers. Het Voltooien van Zijn Werken is in Haar Aard Gelegd.  De Vorming van Haar Geest is de Kroon op dit Werk. Deze Geest heeft het Vermogen gekregen om de Hemel op Aarde te Brengen. In Samenwerking met Haar Scheppers verovert de Mens het Universum.

Het Vervolg van de Werken van God vindt zijn ontstaan in Het Brein van de Mens. Haar Bovennatuurlijke Gave is de Breinkracht. Zij zal daarmee de Werelden scheppen van de Dagen van Morgen. Voortvloeiend uit deze Kracht is het Vermogen tot het Aarden van de Goddelijke Geest. In de Nadagen van de Mensheid op Aarde zal Zij Haar Goddelijk Potentieel vestigen. Dit Potentieel ligt besloten in haar Geest. Het Universum ligt daarmee aan de Voeten van de Mensheid.

Het Potentieel van de Mens is gevestigd op een natuurlijke Orde en Ordinatie. De Wetten daarvan zijn een Natuurlijk gevolg van de Wetten van God. Het Potentieel van de Mens zal zich vestigen in een nieuwe Orde en Ordinantie. De wetten daarvan zullen de Wetten van de Mensheid zijn. Alvorens deze gevestigd zullen worden zal de Mensheid haar Taken moeten vervullen ten aanzien van haar Scheppers. Deze Taken liggen besloten in de Aard van haar Geest.

In het Verlengde van de Schepping vond een tweedeling plaats in Geslachten. Als Kroon op het Werk van God ontstond een materiële Wereld opgebouwd uit Vrouwelijke en Mannelijke  Energieën. Deze Energieën bleven gescheiden tot de dag van vandaag. Voortgekomen uit de Wens van God beleven Vrouwen en Mannen hun Nadagen op Aarde. Hun Reünie zal het Goddelijke op Aarde vestigen. De Weg daarnaartoe werd bereid door Vrouwen.

Dit artikel kwam tot stand door het Goddelijke Vrouwelijke gemengd met de Energieën van het Goddelijke Mannelijke. De Basis van dit artikel werd gelegd door de Gouden Handen die Het Kennisboek schreven. Het is het zesde deel van een reeks over de Goddelijkheid van de Mens.