Selecteer een pagina

Het is fantastisch om Haar Liefde te voelen. Haar liefde voor haar eeuwig geboren kind wat nu voor het eerst mag ervaren dat we er werkelijk voor haar zijn. Nu geniet ik van een nieuwe ontdekking, namelijk dat ik niet meer zo ver hoef te reiken naar de steun en toeverlaat van mijn gidsen en Gaia die ongemerkt verder tot mij is doorgedrongen baant zich een weg naar boven via de koorden van mijn voeten naar boven, naar daar waar mijn hart zetelt.

Het Goddelijk hart dat uitreikt naar ieder mens ieder dier ieder grassprietje, iedereen die ik tegenkom. Ik heb een hart zo groot dat ik alles en iedereen mag liefhebben, over de hele aarde zich verspreidend is mijn liefde gezegend en gelouterd dat het een weldaad is voor eenieder die ernaar uit kan reiken en enigszins zijn best doet om mij te verstaan. Ik ben Moeder aarde, Gaia genaamd, die narigheden langs zich laat afdrijven en die gelouterd daaruit weer tevoorschijn komt.

Levenslange training in gal en braakmiddelen hebben mij als herboren weer doen verschijnen door afgronden van kommer en kwel en doen beseffen dat ik alles kan overstijgen. Ik kan nieuwe wegen inslaan van lust en onlust en de keuze is aan mij om te maken welke kant ik op mag gaan. Mijn hoofd tolt van de suggesties die er werkelijk op wijzen dat zelfs mijn pen kan besluiten de zijde van het bestaan te herschrijven die opdoemt uit duistere oorden of dat ik een kant verkies die opstijgt naar de hemelen van klatergoud en bruisend vertier.

Is het werkelijk zo eenvoudig als het lijkt, deze ultieme vondst van Gaia om haar beklag via mij uit te zenden en mij dan als scherpschutster alles te doen verbleken in de zonnige oorden van een weelderige goudkust, waar het bestaan nieuw elan verkrijgt en de mensheid haar zondebesef ver achter zich laat op de sintels van asfalt en gemodder geen kans meer krijgt. Het is hier waar de nieuwe mens zich verheft ver boven haar tijdgenoten uit, die zo maan, hemel en wind doet verrassen met een nieuw gezwel, namelijk dat van de Coronablues.

Zijn wij het dan zo zat geworden dat de Aarde werkelijk poedelnaakt in haar eentje de zon moet zien te bestralen? Wij menselijk ras zijn zodanig uitgerust dat we de zon beschenen met zomerzotheid en de wateren met eindeloos vertier, zodanig dat we vergeten zijn dat we haar dienen te verzorgen en nalatig zijn geweest ons te bekwamen in louter enthousiasme voor haar winden, grondstoffen en watergangen. En voor  het vuur wat ’s winters onze drijfgassen verzorgt wat wij in spuitflessen hebben verstopt als geurverdrijvers die de stinkende huiskamers opluchten met wierrook en de mirre ware het niet dat zij een nevenfunctie hebben nl het verdrijven van spoken die werkelijk niet bestaan hebben of bestaan. Wij zijn als gegeselden die nu afgelopen zomer de kunde en het zondebesef hebben vervolmaakt van een van Gaia’s dromen, namelijk dat zij de afwas mag komen doen hier als wij ooit nog eens te maken krijgen met haar ongerieven en zij lonkt nu naar beter vertier, namelijk het lachgas van plezier.

Ik hoef nu niet meer te vechten om gezien te worden en de kracht die mij gegeven werd mag ik benutten zodanig dat ik straks de verkommerden en gekwelden mag begenadigen met de verfrissingen van de Aarde en de Hemel, namelijk beide krachten die zonovergoten landen en hemelse wellusten weten te verenigen met kommerrijk vertier en speelse gestes van rijkdom en krachtpatserij van het Godendom dat zich uitstrekt over de ravijnen van de oude onlusten en gemoederen die de duivel op de loop hebben gejaagd.

Ik mag nu de hemelen bezingen en de verhalen verspreiden van hartelust en gelach en vrolijk gedonder in glazen met hemelse dranken en feestelijke hapjes van een watertandend genoegen en plezier. En dat ga ik dan maar meteen doen door Gaia te vertellen dat haar droompartijtjes nog helemaal niet ten einde zijn gekomen. Ik mag haar verlossen uit deze fase van ongena die maar op eerste gezicht droef lijkt, want het feestelijk vertoon hiervan is dat ik mag opstaan uit de coulissen om een oproep te doen aan de hemelen om aan iedereen die het maar horen wil te laten weten dat wij van een vermakelijk oorsprong zijn die wij eerder al naar de vergetelheid hebben gedrukt nl die van het menselijk bestaan die haar kommer en kwel doet afwassen in een tank met gelach en gegil van zottigheid, maar die ook moet opstaan nu voor haar rechten die zullen zegevieren als wij maar meer ons best gaan doen om ons te bekwamen in het versieren van de Aarde in plaats van haar te verstieren.

Wij gaan nu het leven vieren dat Gaia’s return of the fantasies heet. Wij vermogen het om haar te kunnen leren kennen zoals nooit eerder en wij kunnen haar vergasten op het goede nieuws dat de mensheid zijn intrede gaat doen op een manier die nooit eerder vertoond is, namelijk dat van de kunden en de stunten in plaats van de trubbels en de bubbels. Wij hebben het vermogen om de afwas zelf te doen en daarmee onze vondsten teniet te doen. Wanneer wij maar beseffen dat de aarde een grote smeerboel is geworden dan zijn we al aan de betere hand.

Het geschenk wil nu dat wij gelijkgestemden kunnen ontmoeten door de omstandigheden die nu gezaaid zijn en dat we dan al sneller dan ooit een grote beweging in gang zetten om deze desastreuse wending, die 5G heet, te vervolgen en af te blazen. In werkelijkheid is dit de adder onder het gras van wat de Coronacrisis heet, namelijk dat wij allemaal een schandalig gebrek aan kennis en kunde hebben waar het het inschatten van een werkelijke klimaatcrisis betreft, namelijk degene die het aardse verval tot duizelingwekkende hoogte zal doen stijgen als wij niet eens het begrip hebben van wat de kommer en kwel van Gaia’s dromen inhoudt.

Dit nu zal haar slagvaardig maken. Dat wij bereid zijn om haar te sussen en dat zij dan zal gieren van de pret als wij maar besluiten onze zaakjes beter voor elkaar te hebben door niet meer rotzooi te produceren dan dat zij verzwelgen kan. De eenvoud van het verhaal is dan dat wij mensen beschaving zijn verleerd en terug naar onze roots keren om het gezwel op Aarde te temperen wat de Coronacrisis haar heeft doen beseffen, namelijk dat zij niet meer tegelijkertijd de Aarde kan vernietigen terwijl zij de mens van haar verstand aan het beroven is.

Deze ongemakken, die nu als gistende ziedende onzin de pan uit zijn gerezen, mogen worden beëindigd door groepjes jonge mensen die geen verstand hebben van het geweten en het zondebesef hebben genegeerd. Want zij mogen straks de dienst uitmaken van wie verstand heeft van zaken in etter bergen en puin ruimen. Zij gaan werkelijk een schitterend staaltje van troost bieden voor wat de Aarde is aangedaan, namelijk met hun vrolijke lach deze bergen van puin en verrotting naar de hemelen te verwijzen om daarmee de hel op Aarde te kunnen beëindigen en Gaia’s nering is naar de klote, is dan van de baan.